Mysteries Bermuda driehoek

4-motorig vliegtuig 1952
De journalist Gerald C. Hawkes en een vriend van hem, een chirurg, waren op een vlucht naar Bermuda. De vlucht verliep rustig, maar plotseling stortte het vliegtuig loodrecht omlaag en bijna onmiddellijk schoot het weer omhoog. In het volgende halfuur werd het vliegtuig als een jojo op en neer gegooid. De romp kraakte onder de enorme klappen en de vleugelpunten bewogen zes meter op en neer.

Uiteindelijk nam de turbulentie af, maar toen kon de bemanning een uur lang geen contact krijgen met het vasteland van de Verenigde Staten, Bermuda of een radioschip dat net voorbij Bermuda lag om haar positie te bepalen. De deur van de cockpit was per ongeluk open blijven staan en de passagiers hoorden hoe de marconist verwoede pogingen deed om contact te krijgen. Plotseling kwam het radioschip hard en duidelijk door en kon de piloot zijn positie bepalen en koers zetten naar Bermuda.

Verhaal van de vijf avengers.
Het eerste vliegtuig van Vlucht 19 steeg op van het Fort Lauderdale Naval Air Station op 5 december 1945 kort na twee uur 's middags. De piloot was vluchtleider luitenant Charles Taylor. De overige vier Avengers volgden met korte tussenpozen. Het zou slechts een routine vIucht zijn, een van de vele oefenvluchten die dagelijks vanaf de luchthaven werden uitgevoerd. De route had de vorm van een driehoek: 300 kilometer naar het oosten, 75 kilometer naar het noorden en dan terug naar de basis. Er was absoluut niets dat erop wees dat er iets verkeerd zou gaan. De piloten en de bemanningsleden waren allemaal ervaren vliegeniers en hadden de route eerder gevlogen. De vliegtuigen, Marine Grumman TBM-3 Avenger torpedobommenwerpers, hadden genoeg brandstof voor 1800 kilometer en waren uitgerust met een aantal noodvoorzieningen, zoals reddingvlotten en draagbare radio's. De dag was helder en zacht. De vlucht zou slechts twee uur moeten duren.

Geplande route van de Avengers.
De eerste aanwijzing dat er problemen waren kwam om 15.45 uur, toen de vlucht alweer in de buurt van de basis had moeten zijn. Een duidelijk ongeruste vluchtleider verbrak de radiostilte om een noodsituatie te melden;

Taylor: Oproep aan verkeerstoren . Dit is een noodtoestand. We lijken uit koers te zijn. We zien geen land. Ik herhaal: We zien geen land.

Fort Lauderdale: Wat is uw positie?

Taylor: We zijn niet zeker van onze positie. We weten niet zeker waar we precies zijn ... We lijken verdwaald te zijn ...

Fort Lauderdale: Richt u zich precies op het westen.

Taylor: We weten niet waar het westen is. Er klopt niets van ... zelfs de oceaan ziet er niet uit zoals het hoort ...

Toen werd de communicatie tussen de vlucht en Fort Lauderdale verbroken, mogelijk als gevolg van atmosferische storingen. Om 16.00 uur hoorde men in de verkeerstoren dat Taylor het commando overdroeg aan een andere piloot, George Stivers - een onlogische en onbegrijpelijke maatregel voor de mensen in de toren.

Taylor (of Stivers): We zijn er niet zeker van waar we zijn. We denken dat we 225 mijl [415 kilometer] ten noordoosten van de basis moeten zijn. Het lijkt of we in schuimend water terechtkomen ... Kom niet achter me aan of...

Weer werd de verbinding verbroken en deze keer voorgoed.

Vijf bommenwerpers December 1944
Het was in de tweede helft van december 1944 dat een vlucht van zeven bommenwerpers op weg was naar Italië om een deel van de oorlogsmoede troepen te vervangen. De nacht was helder en rustig en er waren geen problemen tot, op ongeveer 480 kilometer van Bermuda, de toestellen plotseling achterover gegooid en 200 meter naar beneden geduwd werden. De hevig geschokte bemanning van een van de bommenwerpers (navertelt door Dick Stern, een bemanningslid) probeerde wanhopig het vliegtuig onder controle te krijgen, terwijl het door de turbulentie op en neer werd geslagen. Pas op het laatste moment kregen ze het toestel weer in hun macht; de propellers raakten nog net het water. De bommenwerper was gedwongen om naar de basis terug te keren, waar de bemanning erachter kwam dat er slechts één ander vliegtuig teruggekeerd was.

Van de vijf andere is nooit iets teruggevonden. Heel interessant is ook dat Dick Stern dit zeldzame verschijnsel van hoogteturbulentie in 1961 een tweede keer heeft meegemaakt tijdens een vlucht vanaf Bermuda. De plotseling optredende turbulentie onderbrak het verhaal dat hij aan zijn vrouw zat te vertellen - het verhaal van zijn angstaanjagende vlucht zeventien jaar daarvoor

C-46 Juli 1949
Carlton W. Hamilton was in 1949 verkeersleider op de luchthaven van Miami toen deze opmerkelijke verdwijning zich voltrok. Het was drie uur 's nachts en een C-46 kwam juist aanvliegen en vroeg toestemming om te landen. De begeleiding van het vliegtuig werd in handen gegeven van Hamilton en het toestel daalde van 2400 tot 1800 meter. Het was het enige toestel op de frequentie van de verkeersleider. Het vliegtuig kwam uit Bogotá, Colombia, en de piloot was een persoonlijke vriend van Hamilton. Ze praatten een paar minuten, waarbij de piloot een opmerking maakte over zijn onbeperkte zicht: hij kon de lichten van Miami zien (op ongeveer 65 kilometer afstand). Er waren weinig wolken en er stond maar een zwakke wind.

Ze verbraken de verbinding nadat Hamilton de piloot had gevraagd na een paar minuten weer contact op te nemen. Toen de C-46 niets meer van zich liet horen, probeerde Hamilton het toestel op te roepen, echter zonder succes. Omdat hij zich realiseerde dat er iets ernstigs aan de hand moest zijn, liet hij reddingsploegen uitrukken. Hoewel ze minder dan een halfuur na de verbroken verbinding arriveerden, werd niets gevonden. De zoekacties die de volgende dag werden voortgezet, leverden niets op, zelfs geen olievlek op het kalme oppervlak van de oceaan....

Cessna 172
Caroline Coscio, een 24-jarige verpleegster uit Miami Beach en een gediplomeerd piloot, steeg met haar vriend, Richard Rosen,op 6-6-1969 van Pompano Beach op voor een vlucht naar Jamaica. Ze tankten twee keer, eerst in Nassau op de Bahama's en later in Georgetown op de Exuma's. In deze laatste plaats vertrokken ze om 16.40 uur; ze zetten koers naar Grand Turk Island. Om 19.35 uur ontving het vliegveld op Grand Turk een noodsignaal. Coscio zei dat haar richtingzoeker niet werkte en dat ze boven twee eilanden cirkelde die ze niet kon identificeren. Vreemd genoeg zagen personeel op het vliegveld en gasten in het nabijgelegen Ambergris Cay Hotel een vliegtuigje boven het eiland cirkelen op een hoogte van slechts 200 meter. Men nam aan dat dit haar vliegtuig was, zelfs al maakte ze de merkwaardige opmerking: 'Er is helemaal niets daar beneden!' Pogingen van de verkeerstoren om contact met de Cessna op te nemen bleven vergeefs en alles wat de verkeersleiders konden doen was naar de twee hulpeloze inzittenden luisteren, die bespraken of ze ergens een verkeerde draai hadden gemaakt of niet. Ten slotte riep Coscio uit: ‘Is er een manier om hieruit te komen?’ Het vliegtuig verwijderde zich en orn 20.22 uur werd een laatste boodschap opgevangen, waarin de vrouw zei: 'lk heb geen brandstof meer! Ik stort neer!' Een zoekactie leverde niets op. Er is nooit meer iets van haar en haar vriend gevonden.

Eastern Airlines Vlucht 539 19-3-1963
Een passagier op deze vlucht vertelde hoe het vliegtuig, dat onderweg was van New York naar Washington, kort na middernacht in een onweersbui terechtkwam en door een bijzonder hevige bliksemschicht werd getroffen. Er gingen een paar seconden voorbij en toen kwam er een lichtbol door de deur van de cabine van de piloot naar binnen. De bol bewoog zich door het hele vliegtuig heen de stewardess en de passagiers waren verstijfd van schrik. Hij had ongeveer een doorsnede van 20 centimeter en bewoog zich geluidloos en langzaam door het middenpad naar achteren tot hij in het vliegtuig uit het gezicht verdween. Hij richtte geen schade aan en verdween net zo geheimzinnig als hij gekomen was. Dit kan in feite een van de weinige gevallen - zo niet het enige geval - zijn van een bolbliksem in een vliegtuig.

Het zou bijna een schoolvoorbeeld van een geval van bolbliksem kunnen zijn, want het heeft veel van de standaardkenmerken: een hevige onweersbui, de elektrische lading van het metalen vliegtuig, de bol die door een geleider heen gaat (de binnenkant van de elektrisch geladen romp) en de beperkte omvang van de bol zelf. Het is niet bekend wat de piloot heeft gezien (als hij al iets heeft gezien) en het lijkt waarschijnlijk dat de bolbliksem zich bij, of zelfs in, de deur heeft gevormd.

Hollyhock 1974
Op de radar van de Hollyhock, een schip van de kustwacht, doemde op ongeveer 18 kilometer afstand een spookachtige landmassa op toen hij de Straits of Florida naderde. De massa was veel te groot om een schip te kunnen zijn; ze bewoog zich voort met dezelfde snelheid als de Hollyhock en werd zodoende nooit met het oog waargenomen. Het leek een kleinere versie te zijn van Andros Island, dat de Hollyhock zojuist verlaten had.

Terwijl het schip Florida naderde, loste de vreemde massa zich op in de kustlijn. Verscheidene andere kleine vaartuigen hebben op diezelfde tijd de merkwaardige massa ook gevolgd.

Jean en Lloyd Wingfield oktober 1973
Jean en Lloyd Wingfield waren zes kilometer uit de kust aan het vissen, ter hoogte van Boca Raton, Florida, toen Jean om ongeveer twee uur 's middags een rookwolk aan de horizon zag. Ze dacht er verder niet over na, maar toen ze hem een kwartier later nog zag, maakte ze haar man erop opmerkzaam. Lloyd, die dacht dat het een brandend schip was, zijn radio aan en ze haastten zich naar de rook.

Naarmate ze de oorsprong van de rook naderden, leek steeds meer op een brandend schip. Toch kregen ze S.O.S-signaal door op hun radio. Toen ze dichter in de buurt kwamen, kregen ze een schok: de rook kwam niet uit brandend schip, maar uit een pijp van 20 tot 25 centimeter doorsnee, die vlammen en dikke rook uitstootte. Ze zagen zowel de pijp als de rook geelachtig van kleur was en van afstand van 30 meter roken en hoorden ze niets. Nadat een tijdje naar hadden zitten kijken, namen de rook en de vlammen geleidelijk af, tot alleen de pijp nog uit het water omhoog stak. Omdat ze bang werden, durfden ze de zaak verder te onderzoeken en ze verlieten de plek zo snel ze konden.

Jim Blocker februari 1968
Onderweg van Nassau naar Palm Beach in een klein toestel, vloog Jim Blocker een wolkendek binnen. Hij merkte dat zijn radio- en navigatieapparatuur plotseling niet meer werkten en dat zijn kompas ronddraaide. Toen hij uit de wolken vandaan kwam, ontdekte hij dat hij naar het noordwesten in plaats van naar het noordoosten vloog.

Klein vliegtuig 26-2-1935
Volgens een schrijver zagen honderden mensen op 26 februari 1935 een klein vliegtuig voor de kust van Daytona Beach, Florida, in de oceaan storten. Hoewel de kustwacht binnen een paar minuten ter plaatse was en het ondiepe water doorzocht, werd er niets gevonden. Merkwaardig genoeg werd er ontdekt dat er die dag geen vliegtuig vermist werd of over tijd was.

Southern Cities 1-11-1966
Kort voor middernacht op 29 oktober 1966 vertrok de Southern Cities, een sleepboot van 20 meter met een zeskoppige bemanning, uit Freeport, Texas. Hij had een sleep van 64 meter, die geladen was met chemicaliën en bestemd was voor Tuxpan, Mexico. Drie dagen later ontving de eigenaar van de sleepboot bericht dat de ze zich 153 kilometer ten zuiden van Port Isabel, Texas, bevond en goede voortgang maakte. Het weer was gunstig en er waren geen problemen. De verwachte tijd van aankomst was in de morgen van 3 november. Toen een verwacht bericht de volgende dag, en de dag daarna, uitbleef, werd er een zoekactie op touw gezet.

Op 5 november werd de sleep onbeschadigd aangetroffen op 169 kilometer ten noorden van Tuxpan, met de sleepkabel van 183 meter nog intact. Op enige afstand hiervandaan werden verder een reddingsvest, een reddingsboei en twee stukken van het naambord van de sleepboot gevonden. Het ongebruikelijke van dit geval is dat de sleep intact gebleven is, terwijl de sleepboot verdween, alleen een paar verspreide wrakstukken achterlatend. Een onderzoek van de kustwacht leverde geen van bedrog en volgens verklaringen van getuigen was de Southern Cities zeewaardig.

Maar de bewijs op andere getuigenverklaringen spraken dit tegen en vermeldden dat de reden kan zijn. De precieze conditie van het schip blijft twijfelachtig, hoofdzakelijk omdat het te klein was om onder de periodieke inspecties van de kustwacht te vallen en omdat specifieke gegevens over de stabiliteit en sleepboot te veel water binnenkreeg tijdens zware zeeën, hetgeen op zijn laatste reis catastrofaal geworden kan zijn….

Super-Sabre januari 1960
Victor Haywood werkte bij het Satellite Tracking Program op Kindley Field, een luchtmachtbasis op Bermuda, toen hij in 1960 getuige was van de verdwijning van een gevechtsvliegtuig. Op een heldere dag om één uur 's middags waren vijf Super-Sabres opgestegen voor militaire manoeuvres. Op ongeveer driekwart kilometer uit de kust kwamen ze in een grote wolk terecht, en toen ze er aan de andere kant uit kwamen vlogen er nog maar vier toestellen in de formatie. Geen van de getuigen had iets uit de wolk naar beneden zien komen en ook op de radar was niets waargenomen. Het water in het gebied was tamelijk ondiep, maar een onmiddellijk ingestelde zoekactie leverde niets op. Het verlies van de C-46 is niet zo ongewoon als het beschouwd wordt in het licht van wat er met de Martin Mariner is gebeurd.

Als de C-46 door een explosie of een vergelijkbare catastrofe is neergestort, was een halfuur meer dan genoeg tijd om vrijwel alle sporen van de ramp uit te wissen. Daar kwam nog bij dat het donker was en dat de positie van het vliegtuig niet exact bekend was, zodat een dergelijke plotselinge verdwijning niet volledig onverklaarbaar is. Er wordt niets vermeld over de omvang van de zoekactie, maar die zal zeker niet zo uitgebreid geweest zijn als in het geval van de 5 avengers. Het verdwijnen van de Super-Sabre is interessanter en er is een aantal raadselachtige vragen dat nog onopgelost is.

Wat is er wél precies waargenomen op de radar toen het vliegtuig verdween (áls het verdween)? Waarom werd Haywood niet gewaarschuwd om zijn mond te houden, zoals meestal gebeurt als er incidenten plaatsvinden die gênant zijn voor de regering van de Verenigde Staten? Wie waren de piloten van de vliegtuigen en wat was het verhaal waarmee het incident werd afgedaan? Een algehele verdwijning voor de ogen van getuigen is verder nooit voorgekomen, maar als dit verhaal geverifieerd kan worden, kan misschien bewezen worden dat er krachten zijn die wij niet kunnen waarnemen.

Vissersboot december 1957
Een week voor kerst 1957 kwam een boot van 10,5 meter, onderweg naar Freeport op de Bahama's, verscheidene uren stil te liggen. Alle elektrische apparatuur viel uit en het kompas begon wild rond te draaien. Ondanks de kracht van de dieselmotor werd de boot een paar kilometer teruggeduwd. Het was een heldere nacht, maar de bemanning zag hoe een duidelijk omlijnde donkere vlek de sterren in het westen bedekte. Even later kwam er een rij van drie lichten de vlek binnen; deze verdween, toen verdween ook de vlek zelf, en alle apparatuur werkte weer gewoon.

Vuurtorenwachters 4-8-1969
Op 4 augustus 1969 verdwenen twee vuurtorenwachters, Ivan Major en William Mollings, terwijl ze dienst hadden op de vuurtoren van Great Isaac Rock op de Bahama's. Hun motorboot lag er nog, maar er werd geen bewijs gevonden van wat er met hen gebeurd was. Er was in dit geval geen sprake van slecht weer, maar zelfs al was dit wel het geval geweest, beide mannen waren erop getraind barre omstandigheden het hoofd te bieden. Hebben ze het eiland verlaten? Daar is nooit enig bewijs voor gevonden. Bruce Mounier, een visser uit Miami, verklaarde dat hij niet lang daarna twee onderwater-UFO's had gezien, die net onder het wateroppervlak langs de vuurtoren scheerden. Iedere relatie tussen de vermiste mannen en de UFO's is echter slechts vage speculatie.

Afgezien van het twijfelachtige verband met de UFO's is dit geval te vergelijken met dat van de drie mannen die in 1900 van de Flannan Islands Lighthouse verdwenen. Ook hier waren er weinig aanwijzingen voor de verdwijning van de mannen en het incident is nog steeds niet volledig verklaard. De beste poging die ik ben tegengekomen voor het geval van de Flannan (in Strange Mysteries ofthe Sea van Len Ortzen) is dat de getijden in de inham aan de westkant van het eiland soms omhoog stuwen, af en toe zelfs tientallen meters. Hierdoor kunnen twee van de mannen door de zee meegesleept zijn en zijn verdronken. Wat er met de derde man is gebeurd, die onderbroken werd tijdens zijn onderhoudswerkzaamheden aan de vuurtoren, is onbekend. Zijn Major en Mollings bij een soortgelijk ongeluk omgekomen?

Wild Goose 1944
Kapitein Joe Talley lag te slapen in de kooi van zijn Wild Goose, een schip van 20 meter lengte, dat werd getrokken door de Caicos Trader van 31 meter. Het was een heldere nacht en de twee schepen kwamen juist de Tongue of the Ocean binnen, nabij de Bahama's. Talley werd plotseling wakker doordat er water in zijn hut stroomde. Hij greep een reddingsvest, klauterde door een open patrijspoort en ontdekte dat hij zich onder water bevond. Gelukkig was de sleepkabel direct binnen zijn bereik en Talley was in staat zich langs de kabel naar de oppervlakte te trekken, die volgens zijn berekening zo'n 15 tot 25 meter boven hem was. Hij zag direct dat de Wild Goose onder water getrokken was en dat de Caicos Trader, die nog met de sleepkabel aan het andere schip vastzat, met hetzelfde lot werd bedreigd. De bemanning van de Trader, die het andere schip onder water had zien verdwijnen, kapte de kabel. Een halfuur later kwam ze terug om Talley te redden, die uitgeput was en op het punt stond te verdrinken.

William O'Brien 18-4-1920
Op 14 april 1920 vertrok het 2850 ton metende stoomschip de William O'Brien uit de haven van New York met Rotterdam als bestemming. De volgende dag kwam het terug, omdat de kapitein problemen had met zijn bemanning. Op de 16de vertrok het schip opnieuw. Een paar dagen later (mogelijk op de 18de) werd er een boodschap ontvangen door het stoomschip Baltic.

Deze hield in dat de O'Brien door een hevige storm was getroffen en dat een van de luiken van het ruim vermist werd. Het is niet bekend of iemand het stoomschip te hulp is gesneld of niet, maar de aard van de boodschap (of de manier waarop deze was verzonden) wekte achterdocht op, daar men geloofde dat er veranderingen in aangebracht waren. Het schip werd nooit meer teruggezien en een paar maanden later overhandigde de moeder van een van de bemanningsleden een ansichtkaart aan de France and Canada Steamship Company (de eigenaar van het schip). Deze kaart zou geschreven zijn door haar zoon en was gepost in Frankrijk. Er stond op dat hij op een schip had gevaren met Edsel Ford. Toen bleek dat Ford in die tijd in Detroit was, werd de boodschap als gedaan als bedrog .